vtbkultuur Leopoldsburg/Hechtel-Eksel

Leopoldsburg/Hechtel-Eksel

VOLZET - Museum Hergé en Villers-la-Ville. TOPPER!

Een mooie busuitstap.

Datum: 24/08/2019
Plaats: Louvain-la-Neuve en Villers
Plaats van bijeenkomst: Onze vaste opstapplaatsen: Hechtel (Schans), Houthalen (carpool) en Hasselt (Kinepolis).
Prijs leden: € 70, incl. audiosysteem, fooi chauffeur, 3-gangen-lunch (excl. dranken) inbegrepen.
Prijs niet-leden: € 73, incl. audiosysteem, fooi chauffeur, 3-gangen-lunch (excl. dranken) inbegrepen.
Thema: Beeldende kunst
Culinair
Geschiedenis en erfgoed
Type: Groepsbezoek
Foto's: Bekijk foto's van deze activiteit (slideshow)

Inschrijving: VOLZET
Betaling: na bevestiging inschrijving door overschrijving op rekening BE45 9731 7261 7089 van vtbKultuur LHE. Inschrijving is pas definitief na betaling.

Kuifje kennen we allemaal, net zoals zijn hondje Bobbie, zijn onafscheidelijke gezel, de immer sakkerende kapitein Haddock en zelfs de wereldberoemde sopraan, Bianca Castafiore, om van de hele trits andere nog niet te spreken. Dat zijn schepper Hergé, een pionier en kampioen van 'de heldere lijn' was, een tekenstijl die hij mee gestalte gaf, dat weten we misschien ook nog. Maar wie ging schuil achter dat pseudoniem? Een man genaamd Georges Remi die zijn initialen omkeerde tot 'R. G.', wat in de taal van Molière (zijn moedertaal) als 'erzjee' wordt uitgesproken. Een man rond wie enige controverse is ontstaan, want zijn houding tijdens de oorlog is niet onbesproken en sommige van zijn albums zouden blijk geven van antisemitisme en racisme. Enkele werden achteraf zelfs herwerkt om de kritiek te milderen.

We bezoeken het Hergé-museum in Louvain-la-Neuve. Dit architecto­nische pareltje, opgericht in 2007 – 2009, vertelt ons (bijna) alles over Kuifje en zijn schepper. De kostprijs ervan, € 18.000.000 werd gedragen door diens weduwe die meteen voldoende inspraak kreeg om de controversiële aspecten van R. G. enigszins te laten onderbelichten. We gebruiken hierbij de uitstekende audiofoons van het museum die ons tijdens een vrije wandeling door de 8 zalen het boeiende verhaal vertellen, beter dan een gids het zou kunnen!

We lunchen in 'Le Grand Place', op het centrale plein van het verkeersvrije (bovengronds al­thans) Louvain-la-Neuve: soep: venkelvelouté en dan kippensuprême met zachte curry en rijst.

Na de middag volgt een geleid bezoek aan de ruïnes van de abdij van Villers-la-Ville, een pareltje van religieuze geschiedenis. Hier zetten we onze eigen oortjes in!

In 1146 verlaten een abt, twaalf monniken en vijf lekenbroeders, op verzoek van de heer van Marbais en zijn moeder Judith en onder de impuls van Sint Bernardus, Clairvaux om in Villers een abdij te stichten (Villers I). Na enkele maanden besluiten de religieuzen hun klooster definitief lager in de vallei te vestigen (Villers II). Deze plaats bood verscheidene voordelen: een voldoende afgelegen vallei, water in overvloed, bouwmateriaal bij de hand.

Die eerste gebouwen staan er nu niet meer: in de loop van de 13de eeuw - haar spirituele en wereldlijke bloei - werd de Abdij immers volledig herbouwd (Villers III). Sommige abten bekleedden hoge kerkelijke functies en de bewaard gebleven teksten maken gewag van heel wat zaligverklaarde monniken en lekenbroeders in deze gemeenschap. De Abdij telde in die tijd - aldus de kroniek! - een honderdtal monniken en drie­maal zoveel lekenbroeders. De bezittingen besloegen een tien­duizendtal hectaren, verspreid tussen Antwerpen en Namen, ze werden verbouwd door verschillende abdijhoeven. Bovendien stond Villers onder de bescherming van de invloedrijke hertogen van Brabant.

De eerste interne crisissen (daling van het aantal leken­broeders…) duiken op vanaf het einde van de Middeleeuwen. Van de 16de tot het einde van de 17de eeuw kent de Abdij een opeenvolging van rustige en woelige periodes, tijdens de welke de monniken het oord tot negen maal toe om veiligheidsredenen verlaten.

In de 18de eeuw breekt echter de tweede gouden eeuw voor Villers aan. Bepaalde middeleeuwse gebouwen worden heringericht in de klassieke stijl. In 1796 schaft de Franse revolutionaire administratie de Abdij af en verkoopt ze als nationaal goed aan een handelaar in bouwmateriaal. De statige ruïnes van het klooster zullen de hele 19de eeuw een aantrekkings­pool blijven voor romantici. De eerste restauratiecampagne wordt in 1893 aangevat. Het duurt tot 1984 vooraleer er nog eens ernstige restauratiewerken volgen. Die zijn nog altijd aan de gang.

Als de tijd het toelaat zoeken we na ons bezoek nog een rustig plekje voor een (uiteraard vrije) koffiepauze en keren we daarna huiswaarts!

<
>
x