24 september 2006 : Ommegang van Kruishoutem
Wandeling van 15 km met verrassing tussendoor
Vertrek : 14.00u, Nieuw Plein
Kruishoutem :
Kruishoutem, gekenmerkt door zijn heuvelachtig karakter, kan zowat beschouwd worden als de voorpoort van de Vlaamse Ardennen. Deze gemeente is te typeren als een agrarische gemeente met een residentieel karakter en een ruime handels- en industriële bedrijvigheid. Kruishoutem is ontstaan uit een fusie van de dorpen Kruishoutem, Nokere, Wannegem-Lede en Lozer. Onze gemeente, van oudsher het eierdorp bij uitstek, heeft in belangrijke mate zijn landelijkheid behouden. Ze straalt een sympathieke rust uit, die men vooral kan ervaren in de kleinere kerkdorpen. Hier primeert een dorpse rust, een pittoreske sfeer, een voelbare landelijkheid.
Talrijke archeologica uit de Steen- en Metaaltijden tonen aan dat Kruishoutem reeds millennia vóór het begin van onze tijdrekening bewonings-activiteiten kende. En ook uit de Gallo-Romeinse en Merovingische tijd zijn er belangwekkende archeologische vondsten die inzake kolonisatie-geschiedenis het lokale belang ver overstijgen.
Een voorname reden hiervoor is de zeer specifieke geografische ligging. Kruishoutem ligt immers pal op het talud tussen Laag- en Midden België: de noordelijke sites Marolle en Lozer behoren nog gedeeltelijk tot de noordelijke zandstreek en liggen lager dan +15 m, terwijl de meer zuidelijke “Kapellekouter” (+65 m) in de zandleemstreek ligt.
De eerste kerk stond hoogstwaarschijnlijk op de Kapellekouter en had Sint-Pieter als patroonheilige. Toen in de Middeleeuwen de gemeenschap (van op de Kapellekouter) zich verplaatste naar de huidige kern werd de Sint-Elooiskerk gebouwd. Wanneer in het midden van de 19de eeuw de kerk te klein werd, werd zij gesloopt om plaats te maken voor de huidige kerk (1855).
De thans verdwenen Merovingische site Houtem (847, Hultheim = bewoonde kern nabij een bos) is de historische voorloper van de huidige woonkern die zich duidelijk op een kruispunt van regionale wegen situeert. De dorpskern ligt in het komvormig brongebied van de Molenbeek, vlakbij de waterscheidingskam tussen het Schelde- en Leiebekken. Het prefix ‘kruis’ werd naar verluidt toegevoegd na 1174 toen de plaatselijke parochiegemeenschap een Kruisreliek uit het Heilig Land ontving. In het jaar 1670 verleende Lodewijk XIV de toestemming om een jaarmarkt in te richten. In de 18de eeuw bestond op woensdag een lijnwaadmarkt en periodieke paarden- en veemarkten. Vanaf 1841 werd er ook op dinsdag een markt ingericht die speciaal voor landbouwproducten bestemd was. Langzamerhand gingen hier de eieren de hoofdrol spelen totdat deze de belangrijkste markt van West-Europa werd na de Tweede Wereldoorlog.
Dankzij een bloeiende artisanale lijnwaadindustrie kende Kruishoutem in de 18de en 19de eeuw – voorlopig althans - zijn demografisch hoogtepunt. Vanaf het begin van de 20ste eeuw specialiseerde de landbouwsector zich nadrukkelijk in de pluimveeteelt en leghennen. Deze meer grootschalige teeltwijze is niet los te koppelen van de productie van zgn. ‘samengestelde veevoerders’ in het naburige Deinze. Omdat de pluimveeteelt behoort tot de niet-grond-gebonden veehouderij kon Kruishoutem deze status tijdens de jongste decennia niet bestendigen zodat het pluimvee vooral in de folklore voortleeft. Toen Lodewijk XVI in september 1670 bij oorkonde de heerlijkheid Aaishove tot graafschap verhief, en meteen de toelating gaf tot het inrichten van een jaarmarkt, wist wellicht niemand dat hiermee de start werd gegeven van een nieuw impuls voor de gemeente die nog tot op vandaag verder leeft. Deze jaarmarkt werd oorspronkelijk bezocht door de landbouwers van ter plaatse, die hun eigen producten op de markt probeerden aan de man te brengen, zo werden eieren, boter, kleine hoevedieren te koop aangeboden. Na een periode van ups en downs kende de markt in het begin van de jaren 50 een steile klim: Kruishoutem kreeg inzake de eierhandel naam en faam in binnen- en buitenland, en stond meteen aan de spits van de Europese eierhandel. Rond het thema van het ei ontstonden allerlei activiteiten, die tot het belangrijke folklore-erfgoed van de gemeente mogen worden gerekend. In 1952 werden de eerste twee reuzen geboren: Pier de Eierboer en Mie de Boterboerin (zie verder hieronder). Hun aantal is ondertussen aangegroeid tot 6 eenheden. In 1955 werden voor de eerste maal de Gulden Eifeesten georganiseerd. De aangewezen periode leek toen voor de organisatoren Pasen te zijn. Ter gelegenheid van deze Paasfeesten wordt een Eikoningin en een Eierboer verkozen. Een ander hoogtepunt is ongetwijfeld de spectaculaire eierworp uit de kerktoren. Kruishoutem is terecht fier op zijn Gulden Eifeesten en op alles wat de gemeente te bieden heeft.
|